Internetcensuur

Vóór

Een belangrijk argument van voorstanders van deze wetgeving richt zich op de ratio waarmee haatzaaiende berichten worden verwijderd, tegenover de ratio waarmee berichten worden verwijderd die niet binnen de reikwijdte van de wet zouden moeten vallen. Indien het algoritme immers in staat is om honderden haatzaaiende berichten te verwijderen en daar tegenover staat dat vervolgens een enkel bericht geschrapt wordt dat niet in die categorie valt, zou men dat als een succes kunnen beschouwen.3

Tegen

Dergelijke wetgeving lijkt in de eerste plaats effectief haatzaaien op social media tegen te kunnen gaan. Het algoritme is in staat haatzaaiende berichten te verwijderen en kan dit behoorlijk efficiënt doen. Echter valt er ook wat te zeggen voor de enkele berichten die onterecht verwijderd worden. De berichten die onterecht door middel van het computerprogramma worden geschrapt, hadden niet gecensureerd mogen worden. Nu dit in enkele gevallen wel gebeurd wordt daarmee in beginsel afbreuk gedaan aan de vrijheid van meningsuiting van het individu die het onterecht verwijderde bericht plaatste.4

Daarnaast is er een fijne lijn tussen haatzaaien en een uitgesproken mening. De beoordeling van een eventuele overschrijding van deze lijn is voor een rechter niet zelden een gecompliceerde aangelegenheid. Het is dan ook zeker niet ondenkbaar dat bepaalde ‘grensgevallen’ zich niet vanzelfsprekend lenen voor geautomatiseerde beoordeling door middel van software. Immers zijn er tal van variabelen waarmee rekening moet worden gehouden. Zo is de context voor daarbij van groot belang en kan aan de hand daarvan worden uitgemaakt of een bericht ongewenst is. Het is zonder op de hoogte te zijn van de context immers niet altijd even makkelijk om bijvoorbeeld satire te herkennen, laat staan dat een algoritme daartoe in staat is.

Het lijkt met inachtneming van het bovenstaande voordehandliggend om een ruime marge aan te houden bij het toepassen van een algoritme voor het beoordelen van berichten op social media: bij twijfel moet een bericht niet automatisch verwijderd worden. Social media websites riskeren in Duitsland toch een significante geldboete indien zij bepaalde – door gebruikers geplaatste berichten – niet verwijderen. In de praktijk zal dit er al snel toe leiden dat berichten eerder verwijderd worden. Zeker als het gaat om grensgevallen zullen websites zoals Facebook en Twitter eerder geneigd zijn om berichten te verwijderen om een eventuele geldboete te vermijden.

Men dient zich af te vragen of geautomatiseerde beoordeling en eventuele verwijdering van berichten op social media wenselijk is met het oog op het beschermen van belangrijke aspecten van de fundamentele rechten van de mens. Voorop staat dat iedereen in beginsel het recht toekomt om te zeggen wat hij of zij vindt, daarmee moet censuur op social media met oog op de vrijheid van meningsuiting als onwenselijk worden beschouwd. Zelfs indien men meent dat de Duitse regelgeving een stap in de juiste richting is, is de wijze waarop deze regelgeving op dit moment moet worden uitgevoerd niet het aangewezen middel om dat doel te verwezenlijken.

Voetnoten

  1.  Netzwerkdurchsetzungsgesetz – NetzDG
  2. ‘Duitse internetcensuur in strijd met vrijheid van meningsuiting in EU’, NRC, 8 januari 2018
  3. ‘Stellungnahme zum Regierungsentwurf des Gesetzes zur Verbesserung der Rechtsdurchsetzung in sozialen Netzwerken(NetzDG)’, Reporter ohne Grenzen, 19 april 2017
  4.  F. Greis, ‘Netzwerkdurchsetzungsgesetz – Das große Löschen kann beginnen’, Golem, 1 januari 2018
  5. Europees Hof voor de Rechten van de Mens 25 februari 1982, ECLI:CE:ECHR:1982:0225JUD000751176 (Campbell and Cosans v. UK), r.o. 36.
  6. Rb. ‘s-Hertogenbosch 15 februari 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:762, r.o. 2.
  7. Rb. ‘s-Hertogenbosch 15 februari 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:762, r.o. 5.6.
Kennedy van der LaanAllen & OveryPels RijckenTaylor Wessing
Baker McKenzieVan DoorneDLA PiperHVG Law LLP
Inloggenclose