"Wil je een verbintenis met mij?"

Kennedy van der LaanEvers SoerjatinYoung Talent GroupJPR Advocaten

“Wil je een verbintenis met mij?”

Door Hannah Paris

“Het recht is overal”, “Het recht is overal terug te vinden om ons heen” of wellicht de net iets creatievere variant: “We zijn ons onbewust van de grote rol die het recht in ons dagelijks leven speelt.” Hoe vaak hebben wij, als rechtenstudenten zijnde, het niet al gehoord? Hoe irritant en vermoeiend het inmiddels ook wordt, toch is het een gegeven: Het recht is overal of we het nou willen of niet. Ik, als beginnende rechtenstudent, begon na te denken. Wat is ook overal om ons heen of we het nou willen of niet? Iets waar we ons ook vaak niet bewust van zijn? En toen schoot het me te binnen. Want hoe vaak hebben we, ongeacht of we rechtenstudent zijn of niet, niet de volgende uitspraken gehoord? “De liefde is overal”; “De liefde slaat toe als je het het minst verwacht” of de welbekende BLØF variant: “Alles is liefde”. Als deze twee componenten dan vrijwel altijd en overal aanwezig zijn dan acht ik de kans vrij groot dat ze elkaar ergens tegenkomen. Is er ergens in ons strenge, behoorlijk gesloten, objectieve rechtssysteem wat liefde te vinden?

Tijdens mijn vak Inleiding privaatrecht I; verbintenissenrecht kwamen vaak termen langs die mij, als romantica, gelijk deden denken aan een relatie. ‘Verbintenis’ wordt in het dagelijks leven vaak als synoniem van ‘relatie’ gebruikt. Toch merkte ik al snel dat de verbintenis uit mijn tekstboek niet perse doelde op een zoetsappige liefdesrelatie. Ikzelf zie een liefdesrelatie als een overeenkomst tussen twee mensen die een bepaalde verbinding aangaan met wederzijdse verwachtingen, die overigens niet altijd, meestal niet, duidelijk zijn. Elke relatie is natuurlijk anders en dus verschillen ook de verwachtingen. Zo kan je van elkaar verwachten om trouw te zijn en lief te hebben maar ook om op dat ene onmogelijke plekje te krabben in geval van hevige nood.

Ons burgerlijk wetboek geeft zijn eigen definitie aan een wederkerige overeenkomst: “Een overeenkomst is wederkerig, indien elk van beide partijen een verbintenis op zich neem ter verkrijging van de prestatie waartoe de wederpartij zich daartegenover jegens haar verbindt.” (artikel 6:261 lid 1 BW) Kijk je hier met de “alles is liefde” bril naar dan klinkt het bijna poëtisch, als een ware huwelijksbelofte. Wen relatie is namelijk ook wederkerig. Zodra de inspanning niet meer van twee kanten komt stopt de relatie simpelweg met werken. Verder moet ieder in een relatie zijn verantwoordelijkheid nemen en nakomen wat hij of zij heeft beloofd. Door het vertrouwen in elkaar en het nakomen van je ‘verplichtingen’ ben je verbonden met elkaar en heb je relatie.

Maar voordat de “facebook-official” kan worden gepost moet natuurlijk eerst de, oh zo spannende vraag worden gesteld: “Wil jij verkering met mij?”

Ook al zijn we inmiddels wat ouder en voelen we, heel volwassen, zelf aan wanneer er sprake is van een relatie, weten we allemaal nog hoe het was. De bijna afgesproken situatie die bestond uit een net iets te lange stilte, vuurrode wangen en oogcontact vermijdend gedrag. De druk werd meestal nog wat extra opgevoerd door de rest van de klas die zich om het schouwspel heen verzamelde. De spanning hing aanwezig in de lucht: Welke variant zou hij gaan gebruiken? “Wil je mijn meisje zijn?” of “Wil je mijn vriendinnetje zijn?” of zou hij toch voor de veilige klassieker gaan “Wil je verkering met mij?”. Na het instemmende “ja” volgende er altijd een chaotische euforie rondom het, nu officiële, paar. Deze euforie duurde altijd hooguit vijf minuten, in deze periode van ons leven vond dit liefdesritueel namelijk zo’n drie tot vier keer per week plaatst, niets nieuws dus. Er zijn dus vele opties om de big question te vragen. Een variant die ik echter nooit op het schoolplein voorbij heb horen komen is “Wil je misschien een overeenkomst met mij?”. Toch omschrijft ons wetboek de totstandkoming van een overeenkomst op een vergelijkbare wijze: Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan.” (artikel 6:217 lid 1 BW) Zodra de vraag op het schoolplein met een ‘ja’ is beantwoord is er immers gelijk sprake van een overeemkomst.

Artikel 6:221 lid 1 BW gaat nog wat dieper in op het aanbod: “Een mondeling aanbod vervalt, wanneer het niet onmiddellijk wordt aanvaard, een schriftelijk aanbod, wanneer het niet binnen een redelijke tijd wordt aanvaard.” Ook dit lijkt in onze relatie-realiteit redelijk. Je kan moeilijk 25 jaar na dato aankloppen bij je jeugdliefde Jos en zeggen: “Hey! Weet je nog die ene keer op het schoolplein, toen in de kleine pauze? Nou, ik heb er inmiddels goed over nagedacht en ik wil toch heel graag verkering met je. Mijn antwoord is ja!”. Daar zit natuurlijk niemand op te wachten. Jos niet, je eigen reputatie niet maar ook zeker de vrouw van Jos niet. Vroeger beschikte natuurlijk niet iedereen over dezelfde mate van zelfvertrouwen. Voor de iets mindere helden onder ons was daar natuurlijk ook een oplossing voor. Ook wel te noemen de ‘Ik stuur mijn beste vriend als boodschappenjongen’-variant. Midden in de klas kreeg je dan zonder enige woordenwisseling een briefje in je hand gedrukt met de volgende vraag:

Bij deze schriftelijke vraag is het logisch dat het aanbod niet gelijk kan worden aanvaard. Je moet immers eerst nadenken over je antwoord, vervolgens je mooiste glitter pen uitkiezen en ten slotte je eigen beste vriendin de hort op sturen met het bewerkte briefje. Net zoals in het genoemde wetsartikel staat moet dit alles uiteraard wel binnen een redelijke tijd gebeuren. Stel je voor dat Jos 25 jaar later opeens het volgende briefje tussen zijn post vindt:

Tot grote spijt van Petra is in deze situatie op zowel het juridisch vlak als op het relatievlak door de onredelijke tijdsduur geen overeenkomst of relatie tot stand gekomen...

Het fascinerende van relaties is dat op het moment van totstandkoming er sprake moet zijn van twee instemmende mensen die weten waar ze aan beginnen maar zodra een er klaar mee is heeft de ander niks meer te zeggen. Je moet je er simpelweg gewoon bij neerleggen en proberen verder te gaan met je leven. Je ontbindt je als het ware van een persoon. Nou, laat de term nou net terugkomen in ons wetboek! “Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden..” (artikel 6:265 BW) Elke verbreking van een relatie kent een andere reden. Echter geeft dit artikel wel een zekere algemeenheid; er is inderdaad meestal sprake geweest van een niet-nakoming door een van de partijen. Zoals eerder genoemd heb je aan het begin van de relatie bepaalde verwachtingen en wensen aan elkaar geopenbaard. Als een van de twee zich hier vervolgens niet aan houdt en ervoor kiest om bijvoorbeeld de verwachting “lief te hebben” met Jan en alleman uit te voeren is het begrijpelijk dat de ander graag de relatie wil beëindigen, oftewel ontbinden. Het wetsartikel kent echter wel nog een zogenaamde tenzij clausule: “Tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.” Deze clausule biedt een zekere bescherming voor de mogelijk ‘achtergelaten’ partij. Helaas is deze bescherming nergens te vinden op liefdesgebied. Om een relatie te beëindigen heb je in de werkelijkheid geen rechtvaardige reden nodig. Er zijn in de wereld genoeg gebroken harten achtergelaten met veel vragen maar zonder enige antwoorden. Zo blijkt dat ook het liefdesleven genadeloos kan zijn.

In artikel 6:271 BW is het gevolg van ontbinding terug te vinden: “Een ontbinding bevrijdt de partijen van de daardoor getroffen verbintenissen. Voor zover deze reeds zijn nagekomen, blijft de rechtsgrond voor deze nakoming in stand, maar ontstaat voor partijen een verbintenis tot ongedaanmaking van de reeds door hen ontvangen prestaties.” Wanneer een relatie wordt verbroken worden beide personen in zekere zin ook bevrijd van de grenzen die een relatie stelt, ook al voelt het op moment supreme misschien nog niet zo. In het artikel heeft de wetgever het ook over het ongedaan maken van de reeds door hen ontvangen prestaties. Ook hier is een verschil tussen het rechtssysteem en onze liefdes realiteit te vinden. Wellicht is het mogelijk om de anniversary cadeaus uit te wisselen maar over en weer gaan met fotolijstjes, bedrukte kussenslopen of teddyberen is ook niet alles. Tevens zijn de meeste uitgevoerde prestaties in een relatie van immateriële waarde. Ongedaanmaking is in dit geval onmogelijk. Dit maakt de ontbinding van een relatie misschien wel pijnlijker dan die van een wettelijke overeenkomst.

Ik ben ervan overtuigd dat in ons rechtssysteem wel degelijk wat liefde te vinden is. Alhoewel ik je niet aanraadt je relatie op de wet te baseren. Want waar in de wet de getroffen partij zich nog kan beroepen op een mogelijke schadevergoeding of nakoming zijn wij in werkelijkheid aan ons lot overgelaten met als enige medicijn voor ons gebroken hart de altijd passerende tijd.

NysinghHVG Law LLPVan DoorneDirkzwagerHouthoffDLA PiperNautaDutilh
d
Inloggenclose