Langer vasthouden die voorwaardelijke invrijheidsstelling?

Kennedy van der LaanEvers SoerjatinYoung Talent GroupJPR Advocaten

Langer vasthouden die voorwaardelijke invrijheidstelling?

Door Suze van Hune en Hannah Paris

Op 29 september 2017 werd Anne Faber meerdere malen verkracht, waarna vermoord door Michael P. Hij werd in 2012 veroordeeld tot 11 jaar celstraf voor een ernstig zeden- en geweldsmisdrijf, hij had in 2010 twee minderjarige meisjes verkracht. Michael P. kreeg geen tbs opgelegd. Hij wilde namelijk niet meewerken aan een onderzoek in het Pieter Baan Centrum, waardoor niet kon worden vastgesteld of tbs noodzakelijk was. In 2017 was Michael P. overgeplaatst naar de Altrecht Aventurijn kliniek in Den Dolder, in deze kliniek werd hij voorbereid op de terugkeer naar de samenleving. Hij had op dat moment slechts 7 jaar van zijn straf uitgezeten. Hier is sprake van de voorwaardelijke invrijheidsstelling van het Nederlandse strafrecht. Heeft het Nederlandse rechtssysteem hier gefaald of kent de voorwaardelijke invrijheidstelling grote voordelen voor de gehele maatschappij?

Strafrecht
Om te kunnen begrijpen waarom het Nederlandse strafrecht voorwaardelijke invrijheidstelling verleent, moet eerst gekeken worden naar het doel van het strafrecht.
Een doel van een straf is vergelding. De dader verdient natuurlijk straf, het slachtoffer en de samenleving verdienen genoegdoening. Daarnaast moet voorkomen worden dat de dader nog eens de fout in gaat, zoals bij Michael P. gebeurde. De rechter zal bepalen welke straf het beste past, dit hoeft namelijk niet altijd de zwaarst mogelijke straf te zijn. Een voorwaardelijke straf kan herhaling voorkomen. Hier kan de rechter voorwaarden aan verbinden zoals afkicken van drugs of meewerken aan begeleiding door de reclassering. De straf heeft bovendien ook een afschrikkende werking, aangezien er op misdaden bepaalde straffen staan. Tot slot zorgt straf voor extra bescherming van de samenleving, een dader kan tenslotte niet de fout in gaan als hij gevangen zit.177Bo2d4kMGn3m_dXqn3jE1xipnLhat_aaFWgRM9ZI2LpKAO6PA7RmuIs7HFwNmQDq5agjBymc4cUMnI2vIF4TaRv1LxuS_kBAgI-W-2UbpKNXaayKlANtBdsnKLQzP_bWAnZzUmE

Voorwaardelijke invrijheidstelling
Sinds 1886 kennen wij in Nederland de voorwaardelijke invrijheidstelling, vastgelegd in artikel 15 van het Wetboek van Strafrecht. Dit artikel geeft vastzittende veroordeelden de mogelijkheid om na het uitzitten van tweederde van hun gevangenisstraf, eerder vrijgesproken te worden. Zij moeten wel een straf langer dan een jaar opgelegd hebben gekregen. Veroordeelden hebben standaard recht op deze vervroegde vrijlating, echter zijn er wel bepaalde voorwaarden waaraan de gedetineerden moeten voldoen in hun proefperiode.
Deze voorwaarden kunnen verschillen per veroordeelde. Zo kunnen er vrijheidsbeperkende en/of gedragsbeïnvloedende voorwaarden worden gesteld. Deze eisen worden afgestemd op de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde, waaronder het gepleegde delict.
Om verder te voorkomen dat veroordeelden te snel worden vrijgesproken bestaat er de gelegenheid voor het OM om aan de rechtbank uitstel of afstel te verzoeken. Dit verzoek kan alleen worden aangevraagd in de volgende gevallen:

  • De veroordeelde bevindt zich in een tbs-kliniek en moet langer verpleegd worden;

  • De veroordeelde heeft zich schuldig gemaakt aan ernstige misdragingen in de gevangenis;

  • De veroordeelde is gedurende zijn celstraf ontsnapt of heeft een poging tot ondernomen;

  • Er is sprake van een te groot risico dat de veroordeelde geweldsmisdrijven zal plegen;

  • De veroordeelde zit een straf uit die hem door een buitenlandse rechter is opgelegd.

Op deze manier wordt er vermeden dat veroordeelden te vroeg aan hun terugkeer naar de samenleving beginnen en op deze wijze wordt mogelijke schade voor onze samenleving beperkt. Toch spelen er nog steeds bepaalde nadelen van de voorwaardelijke invrijheidstelling op.2

De na- en voordelen
Enerzijds zou volgens sommigen de voorwaardelijke invrijheidstelling voor te weinig maatschappelijk draagvlak zorgen. Een van de doelen van het strafrecht, de vergelding, wordt op deze manier niet genoeg beoogd. De slachtoffers, nabestaanden en ook de samenleving krijgen op deze manier niet de rechtvaardigheid die zij verdienen. Verder leidt deze routine van vervroegde vrijspraak tot onduidelijkheid en onbegrip bij de mensen. Waarom zouden we de gedetineerden veroordelen met vijftien jaar celstraf om ze vervolgens na tien jaar al weer terug te laten keren naar de samenleving? Waarom straffen we deze mensen niet in eerste instantie met een minder lange straf? Waar is hier de logica  te vinden? Deze vragen leiden tot onderling wantrouwen in ons rechtssysteem.
Anderzijds is speciale preventie een van de doelen van het strafrecht. Speciale preventie ziet het straffen van een veroordeelde als een afschrikmiddel en hoopt hiermee te voorkomen dat een ex-gedetineerde dezelfde fout opnieuw begaat. Verder schrikt dit ook buitenstaanders af; je bent minder snel geneigd een strafbaar feit te plegen als je weet dat er een mogelijke gevangenisstraf boven je hoofd hangt. Volgens Reclassering Nederland is het zo dat langere straffen de kans op recidive verhogen en dus meer sprake is van terugval naar het criminele circuit. Het IQ van gedetineerden dreigt namelijk te dalen tijdens hun verblijf in de gevangenis. Aldus; hoe langer veroordeelden worden vastgehouden hoe meer verstrooid deze mensen terugkeren naar de samenleving. Op deze manier kunnen we spreken van een groter gevaar voor de samenleving wanneer een ex-gedetineerde langer vast blijft zitten. Bovendien geeft de voorwaardelijke invrijheidstelling de politiek de mogelijkheid om ex-gevangenen tijdens hun proefperiode goed in de gaten te blijven houden. Dit zorgt voor meer controle over de wederkeer naar de samenleving.3

Het huidige regeerakkoord
Gedetineerden die lang vastzitten omdat ze ernstige misdrijven hebben begaan, kunnen in het huidige systeem al op tweederde van de straf vrijkomen. Richting de slachtoffers is dit lastig te rechtvaardigen. Om deze (zware) misdadigers te benadelen is er in het regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’  een wijziging van het stelsel van de voorwaardelijke invrijheidstelling aangekondigd. Het wetsvoorstel van minister Dekker voor Rechtsbescherming zal met name effect hebben op de gevangenisstraffen van 6 jaar en langer. De voorwaardelijke invrijheidstelling wordt gemaximeerd op 2 jaar, ongeacht de duur van de gevangenisstraf.
Gedetineerden zullen individueel getoetst worden of zij in aanmerking komen voor voorwaardelijke invrijheidstelling, hierbij zal op drie elementen gelet worden. Ten eerste wordt gekeken of de gedetineerde zich goed heeft gedragen tijdens zijn detentieperiode. Daarnaast worden eventuele risico’s die vrijlating met zich meebrengen overwogen. De belangen van de slachtoffers en nabestaanden zullen ook meegenomen worden. Tenslotte zal het gedrag van gedetineerden tijdens hun gehele detentie meegenomen worden in de overweging. Hun gedrag zal dus een grotere rol gaan spelen om voor voorwaardelijke invrijheidstelling in aanmerking te komen.
Bij goed gedrag zullen gedetineerden de mogelijkheid krijgen om aan hun re-integratie te werken door steeds meer vrijheden binnen de gevangenis te krijgen en hiermee te oefenen, de detentiefasering. Op deze manier zullen gevangenen grotere consequenties ondervinden aan slecht gedrag en grotere vrijheden krijgen bij goed gedrag. Dit geldt volgens het nieuwe wetsvoorstel echter alleen voor de laatste twee jaar van de gevangenisstraf.
Een gedetineerde die 15 jaar gevangenisstraf opgelegd had gekregen komt zo niet meer na 10 jaar vrij, maar dan na 13 jaar. Dit zal het rechtvaardigheidsgevoel van de samenleving en dus ook van de slachtoffers vergroten.

Kortom deze vertrouwde regeling die zijn voor- en nadelen kent roept langzamerhand de nodige discussie op. Is het tijd om afstand te nemen van de voorwaardelijke invrijheidstelling of moeten we dit recht juist blijven koesteren?

1‘Dekker: voorwaardelijke invrijheidstelling niet langer vanzelfsprekend’, www.rijksoverheid.nl 01-05-2018
‘Voorwaardelijke invrijheidstelling’, www.rechtspraak.nl
3 Arnold de Groot, ‘Moet de voorwaardelijke invrijheidstelling afgeschaft worden?’, www.nrc.nl 22-06-2018

DirkzwagerDLA PiperHouthoffNautaDutilhHVG Law LLPVan DoorneNysingh
c
Inloggenclose